Grondstoffen en productieproces
Voor het brouwen van Us Heit-speciaalbieren wordt uitsluitend gebruikt gemaakt van natuurlijke ingrediënten: geselecteerde granen als gerst en tarwe, hop voor en kruidig aroma, zuiver water en biergist.
Als we bier gaan brouwen, begint het proces met mout. Mout is gerst dat bij boer uit onze directe omgeving is gekocht. De gerst wordt in grote bakken gelegd. Dit gerst welt op, vervolgens wordt het op kiemvloeren gelegd, waardoor een worteltje ontstaat. Vervolgens wordt de gekiemde gerst gedroogd, ook wel eesten genoemd. Hoe zwaarder je de mout eest, hoe donkerder de mout. Bij bokbier gebruiken we heel donkere mout en bij pils of blondbier gebruiken we heel lichte mout.
Eerst gaan we een beslag maken van mout en water. We beginnen bij een temperatuur van 40°C en eindigen bij een temperatuur van 78°C. Dit proces duurt ongeveer drie uren. In die periode kunnen enzymen omgezet worden door zetmelen naar een suikeroplossing. Wanneer het beslag klaar is, wordt die verpompt naar de klaringskuip. In de klaringskuip zitten zeefplaten. Hieronder tappen we vrij heldere moutsuiker af. Wat er over blijft in de klaringskuip, het kaf of kiemdeeltjes wordt nagewassen met heet water. De klaringskuip staat hoger dan de kookketel, omdat dan de suiker onder vrije val naar de kookketel kan worden geloodst.
De wort wordt dan vervolgens gekookt. Intussen wordt er dan hop bijgedaan. Hop is dé smaakmaker en maakt het bier houdbaar. Hop is een moerbei-achtige klimplant, van de canabiscaea-familie, die wel 6 meter lang kan worden. Uit de tapvormige bloesem ontwikkelt zich de eivormige, groengele hopvrucht, waaraan talrijke kliertjes zitten, die hopbitter (lupuline) in zich hebben. De hop is tweehuizig, d.w.z. een mannelijke en een vrouwelijke plant. Bij de hopteelt is alleen de vrouwelijke plant van belang. Na het koken wordt de vloeistof naar de koeler verpompt. Als het bier dan op temperatuur is gebracht, wordt het bier naar de gistruimte verpompt.
In de gistruimte is het altijd 20°C. Als de suiker gekookt is en het brouwproces volbracht, dan komt het in tanks terecht. Vervolgens wordt onze gist toegevoegd aan de vloeistof. De gist is een belangrijke grondstof en het geheim van de bierbrouwer. Het bier wordt hier dan vier dagen op een temperatuur van 20° gehouden. Daarna wordt het bier door middel van leidingen naar de lagerruimte geleid. De vergistingsruimte wordt tevens gebruikt voor de navergisting.
De flessen worden vervolgens afgevuld met de afvulmachine. Als de flessen afgevuld zijn, worden ze weer naar de vergistingsruimte gebracht om na te vergisten. Het navergisten duurt ongeveer één week. Het jonge bier wordt nu naar de lagerruimte vervoerd. Hier blijft het bier één tot twee weken in tanks zitten. De gist zakt dan naar de bodem en het bier wordt dan helder. Ondertussen bindt de koolstofdioxide zich aan het bier. Bij 8°C bindt de koolstofdioxide goed aan het bier. Als het proces is voltooid, wordt het bier door middel van slangen naar de afvuller gebracht.
In feite is de afvulmachine een lopende band waar de fles diverse handelingen ondergaat. Na de schoonmaak, glijdt de fles over een transportband naar de vulcaroussel. In deze caroussel wordt de fles achtereenvolgens onder druk gebracht met koolzuurgas, gevuld met bier en afgesloten met een kroonkurk. Daarna wordt de fles voorzien van een etiket en de grote flessen wikkelen we met de hand.